Lees dit kortverhaal GRATIS

tot 15/11/2019

DE RODE WALVIS

(Dystopische fantasy)

Hoofdstuk 1

Kelsey trok zichzelf op aan de ijzeren staaf, en zocht steun met haar voeten tegen de gladde muur. Puffend door de inspanning lukte het haar om zich bovenop de tuinmuur te hijsen. De stenen waren glad door de regen dus ze was heel voorzichtig om er niet af te schuiven. Haar schoenen stonden al vol water, en haar broek was nat tot aan de knieën. Een uur lang had ze door de ondergelopen straten gewaad, om tot hier te komen.

En het was haar gelukt om onderweg niet één keer te vallen.

“Als ik nu toch nog in het water val, bega ik een ongeluk.” zei ze.

Maar een blik in de tuin van het huis deed haar beseffen dat ze niet in het water zou vallen, als ze hier van de muur schoof. Meteen naast de muur stond een enorm houten hondenhok. En dat was meteen ook het enige in de tuin dat niet onder water stond. Kelsey richtte zich voorzichtig op en keek langs de muur. Verderop zag ze een poort van ijzeren tralies, waar het water moeiteloos door naar binnen kon stromen. Geen zandzakjes voor de poort. Of misschien onder water, dat kon natuurlijk wel.

In de verte kon Kelsey het naderende onweer horen rommelen.

Maar ze kon het niet zien. De hoge huizen in dit deel van de stad, en de flatgebouwen in de aangrenzende wijk, belemmerden het zicht op de oceaan. Maar Kelsey hoefde de naderende onweerswolken niet te zien. Ze kon het onweer horen en wist dat het snel naderde. De lucht was al heel de dag lang een duister grijs door de dreigende wolken, die als de voorhoede van een nietsontziend leger over de stad lagen. En het water was al uren aan het stijgen. De metrotunnels waren sinds de ochtend ondergelopen, en nu ook de meeste straten. De voorstad was nu vast al een niemandsland.

De wind stak op en rukte aan haar kleren.

Kelsey was al weken in de stad om huizen te doorzoeken, en bijna alle dagen had er een kille wind door de stad gewaaid. Maar dit was anders wist Kelsey. Deze wind bezorgde haar rillingen en deed haar handen trillen van angst. Het was de voorbode van een stormwind. Er waren niet erg veel dieren meer in de stad, op de vissen na dan. Hoe vaak was deze stad nu al ondergelopen het afgelopen jaar? Zes keer, meende Kelsey, maar zeker was ze niet. Het was de eerste keer dat ze in dit deel van het land kwam. Maar het was een goede reis geweest. Ze had veel waardevols gevonden in de vele verlaten huizen en winkels.

Medicijnen, in plastic verpakkingen onaangetast door het water.

Een pak condooms – daar zou ze veel bonnen voor krijgen.

Een plastic zeil van zes meter op vier, netjes opgevouwen, dat voor het afdekken van een roeiboot kon gebruikt worden. Daar zou ze ook best wat voor kunnen krijgen, want het was in uitstekende staat. Vooral omdat het met stalen ringen versterkte ogen had, waardoor je draad kon trekken om het zeil vast te maken. En hoezee! Ze had het touw om dat te doen ook in haar rugzak zitten. Een schipper die zijn transportbootje en de lading erin droog wilde houden terwijl hij naar de volgende stad reed, zou haar er goed voor betalen, en haar misschien nog een lift aanbieden ook.

Ze had ook goud gevonden.

In de vorm van juwelen, die vast al honderd jaar oud waren. Want wie droeg er nu goud om zijn hals, of aan zijn vingers, als het gebruikt kon worden in toestellen? Ha, het was vast niet zo zeldzaam toen mensen het nog gebruikten om zichzelf op te tutten, dacht Kelsey. Maar zij zou het wel naar een smelter brengen, die er goudkorrels van kon maken. Voor mensen zoals zij, die in de kuststeden op zoek gingen naar waardevolle dingen, was er geen betere manier om de lokale taksen te betalen.

“Hee juffrouw!” riep iemand, en Kelsey draaide zich om.

Verderop roeide een man zijn houten bootje doorheen de straat.

Hij zat aan de ene kant van het gammele oude roeibootje, en aan de andere kant lag iets dat met een donker plastic zeil afgedekt was. Kelsey keek naar de afgedekte vracht, en vroeg zich af wat het was. Als deze man de moeite deed om het mee te nemen ondanks dat het zo groot was, moest het wel wat waard zijn – misschien een oude dieselmotor?

Het had een onregelmatig vorm, dus wie weet was het dat.

Die oude motors kon je demonteren en de onderdelen verkopen.

Maar enkele wie een bootje had kon zich veroorloven om zulke grote en zware lasten mee terug te nemen. Kelsey moest zich tevreden stellen met wat ze in haar rugzak kreeg, tot ze voldoende had gespaard om ook een roeibootje te kopen. En dat zou nog wel even duren.

“Wil je een lift naar de aanlegsteigers?” riep de man, die geheel in een gele regenjas gehuld was, compleet met gele plastic hoed op zijn hoofd en gele laarzen aan zijn voeten. Waar had hij die vandaan? “Ik kan je aan de aanlegsteigers afzetten, geen probleem!” riep de man naar haar, terwijl zijn bootje langzaam voorbij de tuinmuur dreef waarop zij stond. “Kost je maar iets klein – als je wat te eten hebt, of een half flesje water, dan wil ik dat wel als betaling aanvaarden. Verderop zijn de straten verzakt, dus je zal moeten zwemmen als je niet met mij mee vaart. Dus wat zal het zijn, juffrouw?”

Kelsey wist dat de man gelijk had, wat de straten betrof.

Toen ze hier twee dagen eerder langskwam, had ze al gezien dat de straten aan het verzakken waren. Maar ze was niet langs deze weg gekomen omdat ze stom was. Ze moest vervoer hebben. En ze had gehoord dat hier in de buurt mannen waren die tegen een prijsje transport aanboden.

Transport dat snel genoeg was om de storm te ontlopen.

“Nee dank je!” zei Kelsey. “Ik heb nog wat te doen.”

“Oké, maar ik ben een van de laatsten die hier rondvaart.”

“Ik weet het.” zei Kelsey zacht, en ze keek een moment toe terwijl de man zijn bootje verder door de straat roeide. De duisternis viel in, en hij roeide snel. Maar ze zag nog net dat er een arm vanonder het zeil hing. De vingertoppen van de roerloze hand sleepten in het donkere water. “Oh.” zei Kelsey. “Dus dat is het – jij bergt lichamen voor de families.” Rijke families konden betalen voor het zoeken en mee terugbrengen van hun doden. Naar het schijnt viel er veel geld mee te verdienen, maar Kelsey was niet van plan om zich met dat soort werk bezig te houden.

De verdronken lichamen bezorgden haar nu al nachtmerries.

Met haar armen gespreid om haar evenwicht te bewaren, stapte ze over het tuinmuurtje. Toen ze het einde van het muurtje had bereikt, en de sprong naar de tuinmuur van de buren wilde maken, hoorde ze plots zacht en klaaglijk janken in de tuin. Kelsey keek om en zag dat er een hond naar haar stond te kijken. Het beest was zo groot dat hij zijn kop boven water kon houden, door met zijn voorpoten tegen de tuinmuur te steunen.

De overmaatse hond jankte en keek haar aan.

“Je moet hier weg; straks staat het hier onder water.” zei Kelsey.

De hond jankte luider toen ze dat zei, alsof hij haar begreep. Plots besefte Kelsey het probleem. Die metalen tuinpoort liet water binnen, maar liet vast geen honden naar buiten. De ruimte tussen de tralies was redelijk maar een overmaatse hond zoals deze kon er niet doorheen.

Kelsey keek naar de jankende hond en zuchtte.

“Goed!” zei ze dramatisch. “Ik doe die poort wel even open.”

Pech, wat een pech, nu moest ze toch weer in het water.

En ze kon beter voortmaken, als ze hier weg wilde.

Of ze zouden zeker zonder haar beginnen.

Kaartspelers wachtten niet graag.

Hoofdstuk 2

Kelsey hees zich vloekend uit het water, krabbelde op de vensterbank, en liet zich dan aan de andere kant van het raam naar beneden glijden. Eindelijk was ze er dan. Het had haar langer dan verwacht gekost om dit oude stenen huis te vinden. Kelsey begreep waarom het als handelsplaats werd gebruikt zodra ze het bovenop die kleine heuvel zag liggen. Roeiboten konden met wat moeite tot vlakbij gesleept worden.

En de stenen muren hadden al standgehouden tegen de zes eerdere stormen die de stad dit jaar te verduren had gekregen. Maar binnen was het zoals in alle andere huizen in de stad. Het hout was rot doordat het al meer dan eens een tijdlang onder water had gestaan. De vloeren waren smerig en het behang blakerde van de muren af, alsof het huis ziek was. Maar de stenen muren zelf, die hadden de stormen goed doorstaan.

Kelsey keek door de slecht verlicht gang waarin ze stond.

Een man met gebogen schouders kwam haar tegemoet. Hij droeg een olielamp met zich mee, die heen en weer zwaaide op de maat van zijn manke stap. De enorme schaduwen op de muur bewogen door die heen en weer slingerende lamp zo snel en onvoorspelbaar, dat het beangstigend was.

“Het handelspunt is aan het sluiten.” zei de man.

“Ik kom om met de kaarten te spelen; Jok verwacht me.”

“Oh, Jok he.” zei de nors uitziende man, en hij kwam zo dicht bij Kelsey staan dat hij boven haar uit torende. De lamp zwaaide nog steeds wat heen en weer, ook al stond hij nu stil, en raakte bijna haar hoofd. Kelsey dook wat aan de kant, en keek de grote man aan. Het licht van de lamp bescheen zijn gehavende gezicht van onderuit, en weerkaatste in zijn wijd opengesperde ogen. “Je bent laat.” zei de man. “Afspraak was tien uur. Het is vijf over tien. Weet je niet dat er een storm nadert? Het alarm is voor elf uur; wie dan de stad niet uit is, speelt met zijn leven.”

Kelsey rechte haar rug en keek de man onbevreesd aan.

“Dit is niet mijn eerste strooptochtje in de stad.” zei ze ferm.

“Goed dan.” zei de man geërgerd. “Maar je kan tenminste zeggen waarom je te laat bent. Het is niet omdat we hier met onze kloten in zout water rondstappen, dat we niet meer beleefd moeten zijn. Ga de gang door tot je bij de deur van Help De Vrouwen komt. Ga daar maar voorbij tenzij je stom bent, maar dat zal wel niet als Jok je uitnodigde. Ga voorbij de deur waar Kantine Van Willy opstaat. Doe geen moeite om daar te gaan kijken want hij heeft een half uur geleden zijn keuken gesloten, en je moet niet denken dat hij iets van zijn voorraad eten heeft achtergelaten, zodat mensen zoals jij er zonder te betalen hun buik mee kunnen vullen.”

“De apotheker is ook al dicht, neem ik aan?”

“Wat dacht je!” zei de norse man, en de olielamp zwaaide weer heen en weer. “Maar als het iets is dat zeer doet, dan kan ik je wel helpen. Ik heb nog wat pijnstillers, en voor een goede prijs mag je ze hebben. Heb je soms een paar schoenen maat achtenveertig in die rugzak van je? De mijne zitten zo vol gaten dat de vissen binnen kunnen zwemmen, en de eelt van mijn tenen knabbelen. Of heb je soms wat te eten? Iets in blik, misschien?”

“Geen van beide.” zei Kelsey. “En hoef geen medicijnen.”

“Waarom wil je dan een apotheker?”.

“Om mijn buit te verkopen.”

“Heb je medicijnen?”

“Ja.” zei Kelsey.

Ze baande zich een weg langs de man, en haastte zich doorheen de slecht verlichte gang. De man kwam niet achter haar aan. Hij had vast nog wat anders te doen. Kelsey kwam zoals gezegd eerst bij de deur, waarnaast een metalen paneel was opgehangen. Er was met letters op geschilderd, die hoewel ze geen geluid maakten, leken te schreeuwen en krijsen.

Kelsey las wat er stond.

Help De Vrouwen! – gratis vervoer, snel en betrouwbaar!

Er stonden twee stoelen in de gang, recht tegenover de deur. En op een van de stoelen zat een meisje. Ze zag er niet ouder uit dan negentien en was doorweekt tot en met haar rugzak toe. Zodra Kelsey zag dat ze zat te wachten om bij het kantoor van Help De Vrouwen binnen te mogen, voelde Kelsey zo’n medelijden met haar, dat ze bleef staan. Tegen beter weten in tikte ze het meisje op haar schouder.

“Wat is er?” vroeg ze schor, door haar natte haren heen kijkend.

“Je wilt echt geen vervoer aannemen van hen.” zei Kelsey.

“Maar het is gratis; en ze brengen je op tijd de stad uit.”

Kelsey was al vaak genoeg op strooptocht geweest om te weten hoe het zat met dat soort liefdadigheidswerk. Deze naam kende ze niet, maar ze nam aan dat het allemaal gelijk was. Oh, ze brachten je de stad uit, dat wel hoor. Maar het kostte je meer dan verwacht. Soms véél meer. Kelsey wist intussen ook al dat ze zich best niet bemoeide met zulke organisaties, maar ze kon het dit keer echt niet laten. Het meisje op de stoel zag eruit alsof ze al gegeseld was door het water en de wind, tot op het punt dat ze haar hoop en moed verloren had. Kelsey kende de lege blik in haar ogen.

De dodenblik – zoals ze bij de stille lijken in het water zag.

“Kom met mij mee naar het kaartspel.” zei Kelsey. “Er zijn kaarten te winnen voor vervoer uit de stad. En als we niet winnen, dan haastten we ons naar de aanlegsteigers en zoeken ander vervoer. Vertrouw me, ik heb dit al meer dan eens gedaan. Dit hier.” ze wees naar de deur. “Dit is miserie die je kan missen; echt waar, ik heb al tenenkrullende verhalen gehoord.”

“Je wilt gewoon mijn plaats innemen!”

Kelsey hoorde gestommel in de kamer, en een kreetje.

“Kom.” zei Kelsey fluisterend. “Kom, we zullen eens kijken wat ze aan het doen zijn. Als het is wat ik denk dat het is, zul je me wel geloven. Ik zet de deur op een kier, en dan kijken we even naar binnen. Maar stil, want ik heb geen zin in ruzie. Begrepen?”

Het meisje keek terughoudend, maar knikte.

Kelsey voelde aan de deurklink, en duwde ze traag naar beneden.

Heel voorzichtig zette ze de deur op een kier, en gebaarde het meisje op de stoel om dichterbij te komen. Kelsey keek door de kier, en zag binnen in de kamer een jonge vrouw op de grond zitten. Geknield. Op handen en voeten. Ze zat met haar gezicht van hen weg gedraaid. Een man stak zijn stijve lid diep in haar, en kneep in haar billen. Drie andere mannen stonden verderop en keken toe, allemaal met hun broek naar beneden.

Precies wat Kelsey had verwacht.

“Is dat de prijs die je wilt betalen voor vervoer?” fluisterde Kelsey.

Het doorweekte meisje ging weg bij de deur, en zette zich weer op haar stoel. Kelsey sloot de deur en keek haar vragend aan. Maar het meisje haalde haar schouders op, en bleef zitten.

“Wie zegt dat het bij mij ook zo zal zijn?” vroeg ze.

“Je maakt een grapje, niet?” vroeg Kelsey zacht.

“Ik wil niet hier in de stad verdrinken.” zei het meisje, en ze wreef enkele natte haren van voor haar ogen. “Misschien wilde die vrouw dat zelf doen; er lopen genoeg hoeren rond, of niet soms? Ik zie niet in waarom een organisatie die ‘Help De Vrouwen’ noemt zoiets zou doen. Je wilt gewoon dat ik wegga zodat je mijn plaats kan innemen. Ik weet wel dat er beperkte plaatsen zijn. Ik ben niet stom. Ga weg! Laat me met rust en ga weg!”

Kelsey vertrok zonder nog een woord te zeggen.

Tja, dacht ze. Als het op zo’n bordje staat, dan moet het wel waar zijn, is het niet? Ze moet het zelf maar weten. Maar het zegt veel dat die hond meer begrip toonde voor de hulp die ik bood. Goed, ze ziet maar. Ik heb voor vandaag wel genoeg geholpen. Tijd om de kaarten te laten dansen en mezelf een eersteklas ticketje uit deze waterige hel te winnen. Als ik mij nu niet vergis, dan is dit waar het feestje doorgaat.

Kelsey duwde een zwaar gehavende houten deur open.

“Maak plaats voor Kelsey!” zei ze. “Ik ben jullie zesde speler.”

Hoofdstuk 3

De kamer was redelijk verlicht met gloeiende olielampen, die her en der op het rottende meubilair verspreid stonden. Rond een tafel die eruitzag alsof ze recent uit het water was opgevist – wat best mogelijk was – stonden zes al even rotte houten stoelen. Vier van de stoelen waren bezet, en hoe het kon dat die mannen niet door het rotte hout zakten, en met hun billen op de al even rotte plankenvloer terecht kwamen, begreep Kelsey niet. Maar wat het meeste aandacht trok, behalve het pistool dat voor een van de vier mannen op tafel lag, was de vrouw die over de tafel uitgespreid lag.

Met haar buik op het rotte hout, haar borsten ontbloot.

Kelsey herkende de man die achter de vrouw stond meteen. Die zwarte baard, die neus als een vishaak. Dat was Jok, de man die haar had uitgenodigd om mee met de kaarten te spelen, in ruil voor één enkeltje weg van de stad, aan boord van het schip De Rode Walvis. Maar ondanks dat ze later dan afgesproken was, waren de mannen nog niet begonnen. Dat had er waarschijnlijk mee te maken dat Jok, die het spel zou leiden, nog bezig was zijn piemel in de kreunende brunette op tafel te pompen.

“Ha!” hijgde Jok zonder op te houden. “Wie we daar hebben!”

“Ik heb een beetje vertraging opgelopen onderweg.” zei Kelsey.

“Gelukkig voor jou heb ik ook wat vertraging opgelopen.” hijgde Jok, terwijl hij met zijn vinger langs de ruggengraat van de vrouw streek, en zijn piemel diep in haar stootte. De vrouw kirde van genot, en Jok begon te grijnzen, toen hij weer naar haar keek. “Is dat wat je vandaag wilt?” hijgde hij, waarna hij nog eens diep in haar stootte. “Is dat wat je wilt? Mijn harde piemel diep in je gaatje? Ja? Helemaal erin, zo, ja. Helemaal erin, tot mijn ballen tegen je natte benen slaan he, zo.”

Kelsey knikte naar de andere mannen aan tafel.

“Een goedemiddag samen.” zei ze, en ze zette zich neer.

Het rotte hout kraakte toen ze zich op de stoel neerzette, maar het brak niet. Och, voor een spelletje kaarten zou het wel lukken. Maar of die tafel het nog zou uithouden tot Jok klaar was, daar was Kelsey lang niet zo zeker van. Het hout kraakte met momenten zo luid, dat het de kreetjes van de brunette overstemde. De mannen rond de tafel hadden hun stoelen wat naar achteren geschoven, zodat de schokkende tafel niet tegen hen kwam.

“Kon je geen plastic stoelen vinden?” vroeg Kelsey.

“Die zijn allemaal al ingeladen voor de terugreis.” hijgde Jok.

“De storm komt sneller dan verwacht dichterbij.” zei een van de andere aanwezigen, en hij nam de revolver van tafel. “Het is echt wel jouw geluksdag dat Jok hier besloot dat hij te geil was om te kaarten. Anders was dat ticketje voor een terugreis met De Rode Walvis al lang weg. Maar het is dan weer pech voor ons dat je er bent, want dat is één kans minder om dat ticket te winnen… en ik kan het best gebruiken.”

De man richtte het pistool op haar terwijl hij sprak.

“Steek dat schietijzer weg, idioot.” zei Jok, en Kelsey zag dat hij nu ook een pistool in de hand hield. Hij was nog steeds bezig zijn piemel diep in de vrouw voor hem te pompen, maar zijn gezichtsuitdrukking was kil en hij richtte zijn pistool recht op het hoofd van de man. “Steek het weg, of ik zorg er zelf voor dat er een extra kans is om dat ticket te winnen.”

“Doe niet zo gespannen, Jok.” zei de man, en hij stak het pistool in de holster aan zijn riem. “Hoe kan je nu met je piemel zo diep in die natte poes zitten, en toch zo gespannen zijn? Als ik erin zat, en ik kon die tieten tussen mijn vingers knijpen. Man ik zou er nog niet aan denken dat pistool te richten, zelfs al zou het hier een slachtpartij zijn.”

Hij lachte, maar was de enige.

“Kurt, je bent een ondankbare kloot.” hijgde Jok, en hij legde zijn pistool op de ontblootte rug van de vrouw voor hem. Die leek zich niets van het hele gebeuren aan te trekken. Waar ze wel last van leek te hebben was dat haar blote tieten tegen het ruwe tafeloppervlak drukten. Ze duwde zich recht, hield haar handen stevig op tafel, en wierp haar haren met een zwaai over haar schouders. Doordat ze recht kwam, viel het pistool van Jok op de grond. Kelsey verstijfde. Ze dacht een moment dat die andere man het zijne snel weer zou trekken, en Jok neerschieten.

Jok dacht het ook.

Hij dook naar beneden, en kwam een moment later met het pistool in zijn hand weer naar boven. De brunette draaide zich om, en vroeg of hij klaar was. “Ik heb je niet voelen spuiten; ben je echt klaar?” vroeg ze, alsof ze zich geheel onbewust was van de situatie. Jok hield zijn pistool voor zich gericht, maar liet het snel weer zakken, toen hij zag dat Kurt geen poging had gedaan om zijn pistool te trekken. “Jok.” zei de vrouw. “Jok, kan je nog even in mijn komen schattie, want ik ben nog niet klaar?”

Jok knikte.

“Draai je om schattebout.” zei hij. “Op je rug, vooruit.”

De vrouw klapte in haar handen en deed wat hij zei. Ze legde zich op haar rug op de krakende tafel. Jok stak zijn armen onder haar knieën en trok haar naar zich toe. Dan stak hij zijn piemel weer in haar, en begon snel in en uit te pompen. De man naast Kelsey stootte haar aan, en toonde haar een ring die hij had gevonden. Een gouden ring.

“Het is weken geleden dat ik nog eens goud vond.” zei hij.

“Gelukzak.” zei Kelsey. “Ik vond alleen maar plastic deze keer.”

“Dan heb je dit ticket voor De Rode Walvis hard nodig.” zei Kurt.

Kelsey leunde naar de man toe die haar de ring had getoond.

“Is er soms een extra ticket voor de brunette op tafel?”

“Nee.” grinnikte de man. “Dat is Jok z’n vrouw. Die komt overal met hem mee naartoe. Volgens mij om te zorgen dat hij zijn piemel niet in een ander gat dan het hare steekt. Het is al de tweede keer vandaag, dat hij op haar kruipt. Daarstraks zat hij haar te neuken terwijl ik samen met hem de boot aan het laden was. Ik werd zo geil van al dat kreunen, dat ik vroeg of ik er ook eens op mocht, maar helaas.”

Jok nam de kirrende brunette steeds sneller.

“Wees dankbaar.” hijgde hij. “Je krijgt een gratis peepshow.”

“Ik doe liever zelf, dan dat ik ernaar zit te kijken, Jok.”

De andere mannen aan tafel knikten instemmend.

Kelsey was het met hen eens, maar zei dit niet.

De brunette op tafel kwam krijsend klaar.

Kelsey zag een straatje vocht uit haar spuiten.

Jok kwam even later ook klaar, en brulde als een beest.

“Recht in haar kut!” hijgde hij. “Tot de laatste druppel erin!”

Kelsey keek nieuwsgierig naar Jok toen hij achteruit stapte, en zag dat hij een condoom om zijn piemel had. Dus toch. Ze was daarnet niet zo zeker geweest, toen hij even uit de brunette was. De kans was klein dat ze een kind mochten maken, maar je wist nooit. Jok had geld, dus het kon dat hij een vergunning had weten te bemachtigen. De brunette zag er niet echt het moederlijke type uit, maar net daarom was Kelsey benieuwd.

Jok zag haar naar zijn piemel staren.

“Wil je hem even schoon likken?” vroeg hij.

“Niet bepaald.” zei Kelsey. “Ik was alleen benieuwd.”

“Wel je hebt hem nu gezien.” zei Jok. “Laat ons kaarten.”

Hoofdstuk 4

Nadat hij zijn broek had opgetrokken, zette Jok zich neer op de laatste vrije stoel. Zijn vrouw moest rechtstaan, maar zat daar niet mee. Kelsey zag haar met een hand tussen haar benen strelen, alsof ze nog wat wilde nagenieten.

“Laag en dubbel eruit.” zei Jok, nog steeds buiten adem.

Hij legde het pistool naast zich op de tafel, en nam een boek oude kaarten uit zijn zak. De tafel wiebelde toen hij er met zijn ellebogen op leunde. Doordat ze zo rot was, of doordat ze wankel was geneukt? Het deed er niet echt toe, zolang ze maar niet inzakte terwijl de kaarten erop lagen.

Kelsey keek naar de andere spelers aan tafel.

Kurt hield zijn hand op zijn pistool.

En dat stond Kelsey niet aan.

Maar ze had al voor hetere vuren dan dit gestaan, en was niet van plan om de tafel te verlaten. Een gratis tochtje weg van de stad, dat was een geschenk als geen ander. Ze kon vast vervoer onderhandelen met een van de vele kapiteins wiens schip bij de aanlegsteigers voor anker lag. Maar dat zou haar een deel van haar buit kosten. Met dit gratis enkeltje weg van deze waterige hel, kon ze al haar buit houden. Min wat ze de lokale overheid aan taksen moest betalen, uiteraard. Maar daar was niets aan te doen, tenzij ze probeerde om haar buit de provincie uit te smokkelen.

Maar als ze haar betrapten, was ze haar stroopvergunning kwijt.

En ze zou er waarschijnlijk nog wat zweepslagen bij krijgen.

Kelsey keek net als de andere spelers naar de handen van Jok. Hij opende het metalen doosje waarin de boek kaarten zat, haalde de kaarten er uit, en schudde ze met verbazende snelheid door elkaar. Op de achterkant van de kaarten stond een pin-up. Blond haar, dikke borsten en een taille als die van een jong meisje. Ze hurkte op een stuk wrakhout dat in erg woelig water dreef, met boven haar bijna zwarte onweerswolken.

“No worries, it’s gonna be OKAY!” stond er in een tekstballon.

Kelsey grinnikte toen ze de tekening zag, en zij niet alleen.

“Charmante kaarten.” zei Kurt, nogal luid grinnikend.

“Gewonnen met kaarten!” zei Jok, en hij leek het te menen.

Laag en dubbel eruit, was een simpel spel. En het werd zo vaak door stropers gespeeld dat Jok de regels niet hoefde uit te leggen. Iedereen kreeg een kaart. De speler met de laagste kaart deed niet meer mee. Dan werden er nieuwe kaarten op tafel gelegd. Maar de speler met de hoogste kaart, die kreeg geen nieuwe. Weer moest de speler met de laagste kaart afhaken. Als twee spelers dezelfde kaart hadden, lagen ze ook uit het spel. Wie als laatste speler overbleef, won het spel en kreeg de prijs.

Maar de inkoopprijs voor het spel, was voor de deler.

Diegene die het spel organiseerde, won dus altijd. Maar hij moest natuurlijk ook de prijs voor de winnaar voorzien. Als je een prijs had waar genoeg gegadigden voor waren, kon je de inkoopprijs laag houden, en toch veel verdienen. Hoe meer spelers, hoe meer inkomsten voor de deler. Het was dan ook geen liefdadigheid, dat Kelsey mocht meespelen.

“Drie vleesbonnen, of iets van gelijk waarde.” hijgde Jok.

Hij leek maar moeilijk weer op adem te kunnen komen.

“Ik heb een aerosol inhaler.” zei Kelsey. “Kan van pas komen.”

“Godverdomme, leg die maar neer!” zei Jok, en hij sloeg op tafel.

Kelsey hield haar rugzak tussen haar benen. Ze stak haar hand snel onder tafel, en haalde uit het bovenste zakje de inhaler. Twee andere spelers legden vleesbonnen op tafel. Eén vent met een dikke nek smeet een horloge op tafel, en zette er dan twee blikken tomatensaus naast. Kurt schoof traag een doosje met 9mm kogels naar voren.

“Goed.” zei Jok, en hij deelde kaarten uit.

Kelsey had een harten tien – dat was geen slechte kaart.

Kurt had een dame. De andere mannen kregen allemaal een kaart die lager was dan de tien van Kelsey. De man die haar de ring had getoond lag uit het spel, en vertrok zo snel hij kon. Alle anderen kregen nieuwe kaarten, op Kurt na, omdat hij de hoogste kaart had. Ditmaal had Kelsey een zes, en haar ademhaling versnelde. Maar de man die het horloge en de tomatensaus had ingezet, kreeg een schoppen vijf.

Vloekend stond hij op en haastte zich naar buiten.

Wie verloor moest zich in dit geval wel haasten, want als de storm de stad bereikte, was je beter al een heel eind hier vandaan. Kelsey had in haar hoofd een route die ze kon volgen, om snel bij de aanlegsteigers te komen indien ze het kaartspel verloor. Maar het was een risico, hoe je het ook draaide of keerde. Haar beste kans was nu om dit spel te winnen.

Kurt kreeg geen nieuwe kaart, want hij had nog steeds de hoogste.

Kelsey en de andere overgebleven speler, kregen een kaart.

Een vier – Kelsey kreeg een ruiten vier.

Jok smeet een kaart naar de andere speler.

Een harten twee! De man vloekte en Kelsey lachte.

Terwijl de man zich nog naar buiten toe haastte, trok Jok al een nieuwe kaart, en smeet ze voor Kelsey op tafel. Een ruiten zeven. Kelsey stond zo snel als ze kon recht van haar stoel, en haastte zich naar buiten. Maar toen ze in de gang kwam, besefte ze dat ze in haar haast haar rugzak had laten staan. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk! Dat was nu al de derde keer dat ze na een spel zo snel wegrende, dat ze haar rugzak vergat. Hoe kon ze in hemelsnaam zo stom zijn! Hoe kon dat nu toch!

Kelsey rende de kamer weer binnen.

Kurt stond recht en richtte zijn pistool op Jok, die nog neerzat.

Zonder er een moment over na te denken, trapte Kelsey tegen de stoel die het dichtste bij haar stond. Kurt zette een stap naar achteren en de stoel deerde hem niet. Met een rood aangelopen gezicht richtte hij zijn pistool op Kelsey. Die dook naar beneden.

Er klonk een schot.

En dan hoorde ze een doffe dreun op de grond.

Kelsey opende haar ogen en zag dat Kurt op de grond lag, met een bloedend gat in zijn hoofd, waar daarnet zijn rechteroog had gezeten. Jok stak zijn pistool weer in de holster, en knielde bij Kurt. Hij nam het pistool dat Kurt in zijn hand hield, en gaf het aan zijn vrouw, die van kop tot teen trilde en er uitzag alsof ze elk moment kon flauwvallen.

Kelsey nam haar rugzak vanonder de tafel.

“Die vent wilde mijn schip.” zei Jok. “En m’n vrouw erbij!”

“Waarom heb je die vent uitgenodigd?” vroeg zijn vrouw schril.

“Hoe kon ik nu weten dat hij dat ging doen!” zei Jok.

Hij veegde de doos met kogels, de blikken tomatensaus, en al de andere prijzen snel van tafel, in een juten zak die zijn vrouw openhield. De speelkaarten stopte hij weer netjes in het metalen doosje. Kelsey knielde bij Kurt, en tastte over zijn zakken. Ze was bang dat Jok zou zeggen dat alles dat ze vond voor hem was, maar ze waagde haar kans.

Voedselbonnen! Een heleboel!

“De helft voor mij, lijkt me eerlijk!” zei Jok.

“Ik heb je boot en je vrouw gered, of niet soms?”

“Daarom krijg je de helft!” zei Jok, en hij legde zijn hand bovenop het pistool in zijn holster. Kelsey begreep de hint en wilde haar geluk niet verder op de proef stellen. Ze telde snel de voedselbonnen, en gaf de helft aan Jok, die ze snel bij in de juten zak stak.

Kelsey stond recht en stak haar deel ook snel weg.

“Is er nu een plaats vrij op De Rode Walvis?” vroeg ze.

“Ja.” zei Jok. “Kom maar mee, tijd dat we hier vertrekken!”

De brunette opende een deur aan de andere kant van de kamer, en ging snel naar buiten, met in elke hand een olielamp. Jok volgde, met de juten zak in zijn ene hand, en een van de olielampen in de andere. “Neem die laatste lamp mee, en laat ze niet vallen.” zei Jok.

Kelsey nam snel de laatste lamp, en volgde Jok naar buiten.

Het lijk van Kurt in volstrekte duisternis achterlatend.

Hoofdstuk 5

Kelsey volgde het licht van de lamp die Jok droeg. De man haastte zich zo snel door de gangen van het gebouw, dat Kelsey bang was hem uit het oog te verliezen. Ze kwamen uiteindelijk bij een deur, waarlangs ze op een klein balkon kwamen. Het water buiten kwam tot aan de rand van het balkon en Kelsey zag een kleine speedboot dobberen. Het water klotste ruw tegen de muren van het gebouw aan, en klotste over de rand van het balkon.

De brunette klom over het traliewerk.

Bleef heel even staan om haar sprong in te schatten, en sprong dan in de heen en weer deinende boot. Jok liet zijn juten zak erin vallen, en dan maakte hij het touw los waarmee de boot aan het traliewerk van het balkon was vastgemaakt. Kelsey hees zich bovenop het traliewerk, en probeerde in te schatten waar in de boot ze best sprong.

Het was een kleine boot, en hij was behoorlijk volgeladen.

Jok zwaaide zijn benen over het traliewerk en sprong in de boot.

Die kantelde bijna om toen Jok erin landde, en Kelsey had nu nog minder plaats waar ze kon laden. Zou ze er zelfs wel in passen? Ze waagde de sprong en belandde bijna op de schoot van de brunette. Toen ze zichzelf had neergezet tussen de brunette en een houten krat, dat vastgebonden was met dikke touwen, vroeg Kelsey of het ver was, tot aan De Rode Walvis.

Jok sloeg met zijn hand op de zijkant van de boot.

Kelsey keek over de rand van de op en neer deinende speedboot en zag dat er met rode verf, nogal slordig, op de rand van de boot geschilderd was. Ze kantelde haar hoofd wat meer om de letters te kunnen lezen, en zag dat er De Rode Walvis stond. Kelsey keek meteen om naar Jok.

“Dat meen je niet!” zei ze. “Is dit De Rode Walvis?”

“Je kan toch lezen, of niets soms?” vroeg Jok.

“Wie noemt er zo’n boot als deze nu De Rode WALVIS. Meer een rode sardien!” zei Kelsey. “Ik dacht dat je een vrachtschip had, of misschien een grote jacht – een drijvend blik zoals dit haalt het nooit in een storm.”

“Doe niet zo nerveus.” zei de brunette.

“Dit is de snelste speedboot in de hele provincie.” zei Jok, terwijl hij de motor in gang trok. “We zijn hier al lang weg tegen dat die klote storm dood en vernieling begint te zaaien. Als je liever uitstapt, voor mij geen enkel probleem. Maar doe het dan nu, want De Rode Walvis vertrekt!”

Kelsey schudde haar hoofd.

Jok lachte, en stuurde zijn bootje tussen de huizen. Even later ging het zo snel, dat Kelsey zich met beide handen aan de rand vastgreep, om te voorkomen dat ze overboord werd geslingerd. Jok lachte toen hij dat zag en dreef de snelheid verder op. Door het brullen van de motor kon Kelsey het rommelen van de donder niet horen. Maar heel in de verte zag ze tussen de flatgebouwen en de ingestorte brug felle bliksemschichten. Het noodweer naderde als een roofdier in de nacht, om deze stad voor de zevende keer dit jaar te doen bloeden. En wie weet, zou ze haar dit keer geheel verzwelgen.

“Wel?” vroeg de brunette. “Gaat het niet lekker snel?”

Kelsey wendde haar blik af van de naderende storm.

Voor haar kon het niet snel genoeg gaan.

Het volgende Gratis verhaal vanaf 16 november tot en met 30 november 2019.

Noor (19) en Noella (10) haastten zich naar het theater. Maar er speelt zich al een drama af, op de trappen voor het theater.


HARTENDIEFJES is de perfecte reeks voor lezers die van gezellige mysteries houden. De boeken in deze reeks van internationaal gepubliceerd auteur PEETERS BJORN, combineren mysterie, avontuur en humor, en zijn doordrongen van een gezellige warmte. De kortverhalen in de reeks zijn afwisselend kleine mysteries, en glimpen in het dagelijkse leven van de meisjes.

Lees ook de andere boeken en kortverhalen van Peeters Björn

Alle boeken zijn te koop als e-book, en gratis te lezen met Kobo Plus

Alle kortverhalen zijn te koop als e-book.

* * *

Dit kortverhaal op je e-reader? Alle kortverhalen van Peeters Björn zijn wereldwijd beschikbaar als e-book (2.99 euro) bij Kobo, Amazon, Bol.com en andere verkopers. Ook steeds gratis te lezen met het Kobo Plus abonnement.